All posts in “Blogs”

varkensboer op land Mark Shepard

Leven van het land is een illusie

Mijn belangrijkste moment van inzicht tijdens de van Akker naar Bos week in november 2015 kwam op de eerste dag, nadat we net vanwege te vreselijk weer opnieuw de zaal in gekropen waren voor een extra uurtje vrij vragen stellen aan Mark Shepard. De eerste vraag was nogal een kernvraag bij veel deelnemers: Mark, kun je me vertellen hoe ik kan leven van mijn land? En het antwoord was: wat kun je je veroorloven?

Niemand in de zaal kon rondkomen van zijn land

Binnen 5 minuten had Mark Shepard me overtuigd. Hij vroeg aan de zaal wie er boer was, een derde van de groep. Daarna vroeg hij wie er kon leven van zijn land. Niemand. Wat je ook boert, hoe je ook boert, eten is in onze cultuur niets waard. Of je nu biologisch, ecologisch of conventioneel boert, het maakt eigenlijk niet uit. Zeker in Nederland is de grondprijs zo hoog dat het boeren in sommige sectoren nu al meer geld kost dan dat het oplevert. Wel is de situatie voor de boeren die conventioneel/industrieel boeren vele malen lastiger dan voor ecologische boeren, want die eersten hebben het meest te maken met een prijsvechtersmarkt en moeten ook nog eens ieder jaar opnieuw heel veel input financieren: zaaigoed, voer, kunstmest etc.

Als je agro-ecologisch boert doe je een aantal dingen structureel anders: je werkt naar een systeem toe waarin steeds minder input nodig is, terwijl je ondertussen èn oogst èn de kwaliteit van de grond verbetert in plaats van uitput èn de biodiversiteit vergroot in plaats van verkleint waardoor je al oogstend je land ook nog in alle opzichten meer waard laat worden. Je oogsten zijn in de eerste jaren iets lager, maar daarna begint de overvloed, omdat dan het aandeel eenjarigen (oftewel werk en input) steeds kleiner wordt. Maar, ook dan zul je puur van het boeren nauwelijks kunnen leven. Dat is een illusie. En het was erg goed dat we deze duivel gelijk op dag 1 bij de horens pakten, want zo kregen we het tenminste ook gelijk over waarde toevoegen.

Waarde zit in de grond en in de verbinding met de klant

Natuurlijk leven we in een verrot systeem als voedsel geen economische waarde heeft, maar dat kunnen jij en ik niet zomaar veranderen. Wat met name ecologisch boerende boeren wel zelf in de hand hebben is dat je bewust die meerwaarde van je land in de mix mee kan laten wegen. Als je ecologisch verantwoord boert en wandelpaden over je land toelaat, zijn daar subsidies voor. Als je beleving weet te bieden aan stadsbewoners, dan voeg je waarde aan het land toe. Dat soort waardetoevoeging kan een conventioneel boerende boer wel vergeten. Kale akkers en strakke weilanden leveren weinig beleving.

Allemaal stadslandbouwers

Mark Shepard hield ons een mooie spiegel voor. In zijn ogen zijn we hier allemaal stadslandbouwers. Hij heeft een prachtig grote boerderij, maar hij woont wel 400 kilometer van de dichtstbijzijnde stad. Hij moet wel met bulkoogsten werken. Wij kunnen zo veel makkelijker verbindingen aangaan met de stad, de consument, zelf op markten gaan staan of relaties aangaan met restaurants en dus ook veel makkelijker op die manier meer van de voedsel- of landbelevingseuro meepikken. Aan de andere kant zijn hier de percelen veel kleiner en is de grond veel duurder.

Mark Shepard vertelde dus dat hij nauwelijks verdiende met het boeren zelf, maar wel met het toevoegen van waarde èn als grondbezitter. Want, als je landbouw bedrijft op een manier die de grond juist voedt in plaats van uitput wordt die grond telkens meer waard in plaats van minder. Ook dat is een langetermijn verdienmodel dat zeker interessant is om nader uit te werken en waar wij met van Akker naar Bos ook even zeker op voort gaan borduren. Want op dit moment willen landeigenaren in een pachtsituatie een deel van die boerenopbrengst. En dat is nou precies waar de boeren zelf dus al niets of te weinig aan verdienen. Waarom kunnen we niet naar een model waarin de landeigenaar ‘genoegen neemt’ met de waardevermeerdering van zijn grond of juist meer meedoet in extra waardecreatie.

Mark vertelde enthousiast over het vormen van een coöperatie van boeren. Je zag hem wel met zijn ogen knipperen toen mensen vertelden dat ze daar op lokaal niveau mee aan het worstelen waren: don’t invest in people who don’t want to change, you live all so close together, start with the people that do want.

De veehouder wordt weer herder

De andere eye opener met betrekking tot landbezit en pachten is dat dieren in dit systeem een grote rol kunnen spelen, maar, dat de dieren zelden lang op één plek zullen zijn. De dierenboer wordt meer een herder dan een stallen- en weideboer en zo kan land dat op agro-ecologische manier is ingericht meerdere soorten boeren ‘dragen‘: de appelbomenboer, de hazelnotenboer, en de koeien- en varkensboer. Eén stuk land kent dus meerdere boeren, in plaats van één, zoals we nu gewend zijn. Toch wordt dat nog best wel een dingetje. Hoe gaan we dat als toch nog best wel versnipperd opererende stadboeren samen oppakken? Koeien en varkens telkens even met de bus van voedselbos naar voedselbos laten reizen bijvoorbeeld?

Veel enthousiasme om samen te werken

Het is verfrissend om een blik van buiten te krijgen, maar daarna weet je dat we het hier in Nederland en België  toch op een heel andere manier gaan ontwikkelen dan puur als kopie van zijn aanpak. Het werd al snel duidelijk, ook in de loop van de week, dat veel boeren graag willen samenwerken in een coöperatie en ook graag willen dat Akker naar Bos verder gaat om hen daarbij te helpen. En ja, dat wil ik eigenlijk ook wel. Laten we dat dan maar gewoon eens gaan doen.

Lees meer op www.akkernaarbos.nl

 

Foto: Mark Shepard

 

Wat je wil is dat mensen met je ideeën aan de haal gaan!

Wat is je vak eigenlijk? Deze vraag blijft een rode draad in mijn werkend bestaan. Omdat mijn werk zich altijd midden in de digitale revolutie heeft afgespeeld, vindt dat wat mijn vak is zich minstens iedere vijf jaar opnieuw uit. Dat wat vijf jaar geleden erg moeilijk was, of zelfs onmogelijk is vandaag met één druk op de knop te doen. Het maken van websites was ooit echt specialistenwerk. Nu kies je een stijltje, freubelt en moppert wat, vervolgens voeg je er jouw smaak en ideeën aan toe en je bent onderweg. Nog net niet zo makkelijk als de was doen. Heerlijk. Want nu kan ik me bezighouden met wat veel belangrijker is: het soort was waar je mee aan het werk wil gaan!

 

Het besmetten van de early majority

De afgelopen twee jaar heb ik twee nieuwe soorten ’vakken’ ontwikkeld. Ik blijk op mijn best te zijn als ik mijn passie voor groen, tuinieren, koken, voedsel en duurzaamheid combineer met mijn kennis over online strategie en online techniek. Er ontstaat dan iets extra’s en veel meer energie dan wanneer die combi er niet is. En het tweede dat ik heb ontdekt is wat je terugziet in de titel: ik blijk het ontzettend leuk te vinden om vernieuwende ideeën die bij de early adopters zijn ontstaan verder te brengen en er de volgende groep, de early majority, mee te besmetten, zodat zij het idee weer verder brengen naar de echte meerderheid.

 

Online juist mengen met offline

In de praktijk kan dat besmetten verschillende vormen aannemen. Natuurlijk ontwikkelde ik de vorm van (online) campagnes, of het schrijven van blogs en artikelen  en sociale media. Ook heb ik een online magazine de wereld in geschopt, maar de kracht ontstaat pas echt als je online combineert met offline, met echte ontmoetingen. Dus organiseer ik de laatste tijd steeds vaker ook offline events, tot complete congressen toe.

 

Besmetten is geweldig

Als je dit werk doet, dan maak je op een dag mee dat een door jou gelanceerd idee wordt overgenomen. Dat is een geweldig moment. Als anderen over jouw teksten of beelden gaan discussiëren of ze doorgeven alsof het hun eigen ideeën zijn, weet je dat de beweging op gang is gekomen. En als het dan een mooi idee was, over groen of over duurzaamheid of gezondheid, dan weet je dat je de mensen en de wereld een klein beetje hebt geholpen. En dat is dan die extra kwaliteit waar ik meer van wil.

Paradijs is een serieuze optie

Het klinkt misschien gek, maar als je een paar jaar tuiniert kun je niet tot een andere conclusie komen. Als je van de grond af/uit biologisch tuiniert, goed voor de bodem zorgt en hem tegelijkertijd zoveel mogelijk met rust laat, dan wordt je tuin elk jaar een krachtiger, gezondere plek die meer weerstand heeft tegen plagen en rampjes en waar als vanzelf steeds meer balans en steeds diverser leven ontstaat. Ja ik heb luizen op mijn rozen, maar inmiddels ook ontzettend veel mieren en lieveheersbeestjes en oorwurmen en samen met de steeds mooier bloeiende roos hebben ze een balans gecreëerd waar ik helemaal niets anders meer aan hoef te doen dan mijn roos af en toe wat compost te geven en een keer per jaar te snoeien.

Overvloed is een rechtstreeks gevolg van balans

En dus ben ik ook zeker niet de enige die zo over grond, landbouw en voedselvoorziening denkt. Geoff Lawton, een van de grondleggers van de permacultuur beweging, heeft het als lijfspreuk: we can garden our way out of the food crisis. Want als je landbouwgebied leert behandelen als een tuin, als een permanente structuur vol meerjarige gewassen in combinatie met één- en tweejarige gewassen, dan kan je landbouwtuin of voedselbos niet anders dan elk jaar meer en diverser en gezonder voedsel produceren. Dat zit dan als het ware in het systeem gebakken. Balans brengt overvloed voort. Zo werkt de natuur.

Oude paradigma’s gaan uit van schaarste en strijd, dus is de oplossing altijd: meer strijd

Hoewel paradijsvorming allang bewezen is, en zichtbaar plaatsvindt in iedere biologische moestuin, blijven de oude paradigma’s van schaarste, strijd en efficiëntie voor veel mensen nog steeds erg krachtig. De gedachtegang werkt waarschijnlijk als volgt: het is al zo moeilijk om de wereld te voeden, alleen iets dat nog moeilijker is zou hier het antwoord op kunnen zijn. Dus is er een constante neiging om te investeren in nog meer efficiëntie en nog meer controle. Grond is in deze denkwijze niet een levend organisme maar een per gewas te voeden en te controleren substraat. Het is helaas een theorie die zijn eigen bewijs creëert, want als je grond een paar jaar goed hebt uitgeput met kunstmest, onnodig omploegen en het vervolgens een hele winter kaal achterlaat, dan is grond vaak ook niet meer geworden dan een substraat.

Niet terug naar, maar met de natuur

Ik stel hier nadrukkelijk niet dat we ‘terug’ naar de natuur moeten. Ik stel dat we onze op dit moment echt exploderende kennis over dna, over nanotechnologie of over computerkracht en robotica veel beschaafder tespectvoller, dienstbaarder en bescheidener moeten leren inzetten. Niet willen domineren en controleren, maar kennis en toepassingen ontwikkelen vanuit nieuwsgierigheid en verwondering. Want als je echt naar de principes en methodes van de natuur leert kijken, en ze leert volgen, ja, dan is paradijs wereldwijd met gemak een serieuze optie. Daar ben ik van overtuigd.

Het is te gemakkelijk om ieder onderzoek dat bewijst dat natuurlijke biotopen op nog nauwelijks door ons te doorgronden manier vol intelligentie en communicatie blijken te zitten, weg te wuiven naar het domein van de geitewollen sok en te stellen dat deze mensen fantasievol terug willen naar vroeger. Het is andersom, deze onderzoeken laten glimpjes zien van hoe ongelofelijk intelligent natuurlijke systemen opereren en hoe het komt dat deze systemen soms al miljarden jaren levensvatbaar blijken te zijn. Ik denk dat wij mensen op een compleet foute stoel zijn gaan zitten ten opzichte van de intelligentie van deze planeet en daar nu een paar forse rekeningen voor gepresenteerd krijgen.

Van Akker naar Bos en naar een nieuwe economie

Daarom ben ik bezig om het van Akker naar Bos congres te organiseren. Want ik ben er van overtuigd dat werkelijke verandering van systemen begint met de aarde, de bodem. Als we goed voor de bodem gaan zorgen, zal de aarde ons overvloed geven.

Het congres duurt een hele week en gaat in essentie over twee zaken: kennisoverdracht en nieuwe verbindingen met als doel om heel snel meer en echt rendabele hectares voedselbos in Nederland te realiseren die vervolgens rendabel kunnen gaan opereren. Mark Shepard, auteur van het echt ontzettend goede boek Restoration Agriculture/Herstellende landbouw, komt van 24 tot 28 november naar Nederland. Hij geeft eerst vier dagen workshops en de week sluit af met het van Akker naar Bos congres. Van hem kunnen we echt leren hoe we van nu naar daar komen. Daar gaat zijn boek over.

Ik ben één van de mede organisatoren, juist omdat ik verdienmodellen wil ontwikkelen die vanuit die aarde opbouwen en de primaire producent aan het roer zet. Ik heb daar een heel plan voor in ontwikkeling en wil hier tijdens het congres, op de laatste workshopdag nog zeker een goede discussie over voeren. Lees Zonder planeet kan er geen profit voor de people zijn voor meer informatie over de online marktplaats voor (permacultuur)boeren.

Het congres is over een kleine 8 weken realiteit. Eén van de workshops is al vol, de andere lopen ook erg hard, ik kan nu al zeggen dat er een zeer interessante groep mensen bij elkaar komt en als je echt serieus bezig bent met het maken van nieuwe economie mag je deze week eigenlijk niet missen.

Kom ook naar het van Akker naar Bos congres.

Foto van eigen oogst gemaakt door de mensen van voedselbos Ketelbroek.

Zonder de planeet kan er geen profit voor the people zijn

Morgen ga ik naar de Nieuwe economie. Dat is een bijeenkomst, in Apeldoorn, waarin iedereen die zich bezighoudt of wil bezighouden met de nieuwe economie anderen met dezelfde interesses kan ontmoeten. Als je een speler wil zijn kun je je verhaal op een tafel/kraampje uitstallen en als je gewoon nog even wil rondlopen dan ben je een bezoeker. Ik had me eerst als bezoeker aangemeld, het is altijd lastig om ergens voor uit te komen en ‘van de nieuwe economie zijn’ zou wel eens kunnen lijken op ‘alternatief’ en nou ja.. iedereen snapt me. Maar, een paar dagen later heb ik me bedacht en schreef ik me in als speler.

Wat is die nieuwe economie eigenlijk?

Sommige van de vragen en ideeën die ik morgen voor het eerst letterlijk op een tafel ga leggen houden me al jaren bezig, andere begrijp ik pas goed nu ik als het ware gedwongen wordt om te pitchen wat ik de komende jaren graag wil realiseren: een online verdienmodel voor die nieuwe economie. Ik ben altijd op mijn best als ik de vertaalslag kan maken van verheven idealen en mooie modellen naar iets dat echt moet gaan werken. Waarschijnlijk ga ik morgen inmens veel prachtige verhalen horen, maar hoe gaan we het nu echt doen? Echte boterhammen, met echte lokaal geteelde en gemaakte kersenjam dus voor en door echte mensen die er echt van moeten kunnen leven. Daar zit de voor mij meest interessante crux en uitdaging. Zolang we  geen definitie hebben, noch echt op schaal werkende prototypes van wat de economie is van de nieuwe economie, blijven veel mooie verhalen en theorieen voor mij toch heel vaak te vaag.

Maar, kritiek hebben is makkelijk. Het is nu de avond voor en daar zit ik dan, met mijn coming out. Nog net op tijd wat dingetjes in elkaar gedraaid en foamboards besteld, maar wat ga ik er nu op zetten? Waar ga ik specifiek over worden? Hoe gedetailleerd stort ik mijn constant doorbroedende hoofd nu uit op een paar sheets en op zo’n tafeltje? Mooie verhalen genoeg, maar wat wil ik nu eigenlijk in die nieuwe economie?

Alleen als je het vanuit de aarde opbouwt..

En daar had ik mijn kapstok. De aarde. Of eigenlijk begon de gedachte bij profit. In het huidige systeem of de oude economie staat profit boven alles. Groei moet er zijn en als dat klopt dan willen bedrijven nog wel even naar duurzaamheid kijken of naar personeelsbenefits. Niet de klant maar de aandeelhouder staat centraal. Maar, wat eigenlijk centraal moet staan is de planeet. Letterlijk. Pas als je voor de aarde zorgt, kan de aarde zo gezond worden dat ze voor ons zorgt. En dat is het begin van genoeg voor de dieren en de mensen. Als je je denken en doen over de nieuwe economie bij de mensen begint, wat ik toch veel mensen zie doen, dan heb je nooit die echt heel stevige basis. Anders gezegd, op mensen en mensensystemen gebaseerde modellen zie ik in de praktijk te snel weer terugvallen in wantrouwen en profitdenken. Dat zit bij mensen gewoon te diep ingebakken en het model mist gronding met iets groters in het systeem. Alleen als je vanuit de aarde opbouwt kan er echte waarde ontstaan in de zin van niets naar iets en zal vertrouwen in het netwerk een basis krijgen die gezond is, seizoenen kent, plagen en gelukjes, en dus rijk is als het leven zelf.
Begin bij het voeden en vervolgens het oogsten van het land, ontwikkel een online platform dat toelaat dat alle soorten people daar makkelijk hun waarde en rijkdom en kwaliteiten aan toe kunnen voegen en laat zo profit ontstaan voor iedereen die ook evenredig weer over iedereen inclusief natuurlijk de bewerkers van het land en de eindklanten wordt verdeeld en ontwikkel zo een verdienmodel dat werkt als een netwerksysteem en niet als een nieuwe tussenpersoon, zoals de ubers van deze wereld dreigen te worden. De nieuwe economie wordt alleen dan namelijk ook echt een nieuwe economie en niet een oude in een nieuw hip jasje: aarde, community en eerlijke verdeling over het netwerk moeten centraal staan.

En ik zoek..

Laat dit dan online mijn coming out zijn: ik zoek  samenwerking met een groot stuk land en/of een groep boeren die aan het omschakelen zijn van monocultuur naar polycultuur (permacultuur of voedselbos), liefst in de provincie Gelderland of Overijssel en ik zoek fondsen of geld om met deze groep op dit land het verdienmodel letterlijk vanaf de grond op te bouwen, en vandaaruit in verbinding te brengen met waardetoevoegers en klanten en zo het netwerk compleet te maken. Want geloof me, er komt geen nieuwe economie als het niet een echt economisch systeem wordt waar echte mensen ook echt van kunnen leven. En als wij het systeem niet zelf ontwikkelen, wie doet het dan?

 

Later toegevoegd: op dit congres heb ik Louis Dolmans ontmoet, en die had net Mark Shepard zover gekregen dat hij naar Nederland wilde komen. Ik help hem nu om het congres te organiseren en hij helpt mij om het permacultuur verdienmodel inclusief online marktplaats te realiseren. Lees er meer over in Paradijs is een serieuze optie.

planten in de klas

Hoe hou je iedereen Into Green?

Het project Into Green is afgerond in het voorjaar van 2014 en dus staat dat nu bij de online projecten. Maar, het is inmiddels een jaar later, maar ben nog steeds betrokken bij  dit online magazine en haar sociale media. Wat doe ik er nog en waarom vind ik het zo interessant?

Van project naar online begrip

Ik keek vanmorgen even bij ons Twitter account en hier zie je dat dat wat we wensten hard aan het gebeuren is.

 

twitterscreenshot Into Green

Omdat steeds meer mensen Into Green als een begrip beginnen te zien, wijzen ook steeds meer mensen ons via sociale media of mail al op mooie groene projecten zodat wij deze weer verder door kunnen geven aan onze fans en zodat onze fans die weer door kunnen geven aan hun achterban. Zo hebben we het destijds bedacht en zo blijkt dit concept  steeds meer te gaan werken. Hoe meer fans we krijgen, hoe sneller dit proces zich voltrekt. Into Green raakt nu bijna de 1000 volgers op Twitter en de 500 fans op Facebook, zodra die grenzen zijn gepasseerd zal de snelheid van de groei waarschijnlijk nog verder oplopen.

Dit zijn geen enorme aantallen. Maar met de mensen die ons volgen is enorm veel positieve interactie. Ook offline wordt Into Green steeds vaker gevraagd om te spreken, of te presenteren. De fans van Into Green zijn actieve en echte fans van het onderwerp ‘meer groen in huis, kantoor, school of zorginstelling’. Of ze nu uit de de achterban van kwekers, handelaren in planten of bijvoorbeeld interieurbeplanters afkomstig zijn, of dat ze werkzaam zijn in het onderwijs, de zorg, de overheid. En dat is dan dus ook de belangrijkste reden van bestaan: om onze fans materiaal te geven waarmee zij andere mensen kunnen enthousiasmeren of ‘besmetten’. Want we zijn ervan overtuigd: als wij van WC eend zeggen dat WC eend zo goed is, dan gaat het bij wie dan ook het ene oor in en het andere oor uit. Als een van mijn vrienden WC eend aanraadt, dan blijft het ergens hangen. Als twee vrienden het doen, ga ik het anderen aanraden.

Groei naar offline geloofwaardigheid en transparant verdienmodel

Het project is dus voorbij, er is vorig jaar extra geld bij elkaar gebracht om de basis van Into Green, zoals het project het heeft opgeleverd, nog 2 jaar te kunnen laten bestaan en om het te laten doorgroeien naar een online platform met offline bijeenkomsten, dat kan bestaan op basis van een eigen verdienmodel. Het dagelijks werk heb ik  nu overgedragen naar een opvolger en ik heb voor dit jaar de rol gekregen om vorm te geven aan het verdienmodel, of beter: ettelijke kleinere verdienmodellen. Het wordt hier de uitdaging om niet alleen te verdienen, maar om het ook zo te doen dat de kwaliteit van Into Green intact blijft. Anders gezegd: hoe voorkom je dat Into Green vol met betaalde content komt te staan, maar ook: hoe zorg je dat er wel geld binnenkomt om het niveau te kunnen bewaken. Allebei is belangrijk en daar moet je een goed midden in vinden en vervolgens weten te handhaven. Ik ben dus hard op zoek  naar gezonde vormen van financiering, terwijl ik het belang van een kwalitatief interessante boodschap  blijf bewaken. Want dat is waar de hele achterban wel bij vaart en achter kan staan en natuurlijk waar de vele doelgroepen van Into Green ook werkelijk wat aan hebben.

Bekijk Intogreen.nl

 

Wat moet ik nou met alweer een echte eye opener!

Linkedin wordt steeds leuker, doordat er  steeds meer blogs worden gepost van influencers die ik dan weer kan volgen. Ik vind dit een sterke strategie en al bladerend door een update kwam ik deze tegen: The #1 Career Mistake Capable People Make. Deze blog van Greg McKeown gaat over ‘your highest point of contribution’ wat natuurlijk ook your highest point of satisfaction en achievement is.

Ik ben typisch iemand die niet een heel uitgesproken herkenbaar talent heeft, maar gewoon een goed stel hersens, flinke praktische handigheid en dus als denker èn doener alles wel zo’n beetje kan. Het is vast niet helemaal toevallig dat ik het online vak ben ingerold want denker/doeners zijn in ieder geval goede pioniers die veel voor elkaar krijgen, ook als het lastig is.

Succes draagt zijn eigen einde in zich als je dezelfde successen begint te stapelen

Maar, ik ben nu 48 jaar oud en heb een lange lijst ervaringen op mijn cv staan die je nog het beste kunt omschrijven  als ‘ik heb in mijn carrière ontzettend veel lastige online, organisatorische en technische problemen voor allerlei soorten organisaties opgelost’. Is dat dan mijn talent, mijn highest point of contribution? Volgens Greg McKeown is dat doorstapelen op bestaande ervaringen en niet je hoogste kunnen. Je kunt het daar heel druk mee hebben en er ook steeds beter in worden, en deze kwaliteiten worden heel vaak gevraagd, maar er komt een dag dat dit een doodlopende weg wordt. Want wie ben ik dan? Iemand die vooral heel veel gedaan heeft en dat is fijn en prachtig, maar, paradoxaal genoeg: teveel van hetzelfde ‘goed’ gaat tegen je werken. Mijn hoogste kunnen ontstaat pas als mijn talenten, de markt of de wereld en mijn passie bij elkaar komen in één punt. En, nog veel belangrijker, ik word dan niet langer herkend en gezien als iemand die veel dingen goed kan oplossen, maar als iemand die één ding echt supergoed kan!

De flikkerende lightbulb

Dit was wat Oprah Winfrey zo’n ‘lightbulb’ moment noemde. Niet meer stapelen, maar dat ene ding gaan doen waar ik echt uniek om ben!  Nee, het is niet zo dat ik hier niet vaker aan gedacht heb, integendeel, it is the story of my life: wat is nou dat ene talent, waar ben ik nou echt uniek in? De lightbulb van deze blog was dat het voortborduren op dat wat ik best goed kan voor het eerst als een stapel werd neergezet die erop staat te wachten om op een dag om te vallen. Niet alleen komen er elke dag jongere mensen bij die dan gelukkig niet zo’n overweldigende stapel hebben staan, en nog zeer gepassioneerd stapelen, maar zelf begin ik het stapelen ook ergens heel saai te vinden. Succesvol zijn op deze manier draagt dus de kern van mislukken in zich.

Gelukkig had Greg ook bedacht dat het doorbreken van je tot nu toe werkende succesfactoren nog niet zo eenvoudig was als het klinkt en hij kwam -via wat andere blogs- gelijk met tips die neerkwamen op: ga door de klerenkast van je ervaringen heen en gooi alles eruit wat je eigenlijk nooit draagt. Bij mij is dat, als ik het over mijn kleren heb, toch zeker de helft. En ik weet niet hoe het bij anderen zit, maar voor mij is het wegdoen van deze kleren lastig. Misschien draag ik die broek toch ooit nog een keer. O ja, die blouse is eigenlijk best leuk en past goed bij die rok die ik ook eigenlijk nooit draag. Laat staan om dit voor je talenten en ervaringen te doen. Daar is de ‘bezit’ en dus de ‘loslaat’ factor nog lastiger te definiëren  Hoe gepassioneerd ben ik over het maken van websites? De ene website wel en de andere niet. Wat moet ik dan loslaten? Die ene website? Of het maken van websites?

Greg zegt dat ik de vraag eigenlijk om moet draaien: In plaats van te vragen hoe belangrijk ik iets vind moet ik vragen: hoeveel zou ik ervoor over hebben om het te krijgen. In dit geval dus: hoeveel zou ik ervoor over hebben om websites te kunnen maken? Nou Greg.. geen idee!

Zo gaat het bij mij eigenlijk bij al die ‘maak van je leven een succes’ blogs en boeken. Het begint met echt een eye opener, de lightbulb schiet schitterend aan, maar bij het doordenken zelfs al van de rommelige details van mijn dagelijkse leven gaat het mis. Ik weet wel wat mijn passie is, maar ik heb geen flauw idee hoe ik daar mijn brood mee zou moeten verdienen.

Wat spreekt mijn talent echt aan? En, waar heeft de wereld behoefte aan? Dat is niet iets dat je volgens hem in een keer oplost, maar vragen die je constant moet stellen en waarmee je in eerste instantie dingen en bezigheden moet gaan elimineren. Er kan pas wat bij als je er eerst echt iets uit durft te doen.

bloeiende tuinbonen

Meer dan ooit is het proces het doel

Het was een lastig gesprek vandaag. Ik wilde iets overbrengen en ja, er zat kritiek in verpakt, maar ook compliment. Ik was zo stellig, zei mijn klant.

Het stoort me dat ik niet meer precies weet wat ik antwoordde, maar weet wel dat ik voor haar -en mijzelf-  duidelijk heb gemaakt dat in het huidige online landschap niet langer het resultaat, maar het proces het doel is.

Er is geen ander resultaat meer dan een leerresultaat

Nu, nadenkend over dat toch wonderlijke gesprek, wil ik vooral uitvinden hoe ik, misschien wel door haar weerstand, gaande het gesprek zelf eigenlijk pas goed ben gaan begrijpen dat dit zo is. Misschien vat ik het punt wel als ik stel dat de veranderingen in zo ongeveer alles op dit moment zo snel gaan, dat er geen ander eindresultaat meer is dan een leerresultaat. De snelheid van veranderingen laat het woord ‘definitief’ langzaam uit ons vocabulaire verdwijnen, net als ‘perfect’. Steeds meer projecten bestaan uit een concept en een aanname waarna we het samen gewoon ‘gaan doen’ en gaandeweg ontdekken we samen, zowel klant en uitvoerders, wat werkt en wat niet werkt. En dat vertelde ik haar, en misschien wel zo stellig, omdat ik juist zei dat er geen stelligheid meer is.

Gaat het over problemen of over een groeipad?

Het gesprek ging over mijn analyse van de huidige online kanalen van de klant. Ik prijs mijzelf altijd gelukkig als ik een ongeslepen diamant vind, waar alleen maar ziel en persoonlijkheid bij elkaar gebracht hoeven te worden en het klopt, en dat straalde ik ook uit. Zij zat echter heel anders in het gesprek. Zij had een aantal problemen geformuleerd en verwachtte van mij oplossingen te horen. We bevonden ons als het ware ieder in een andere dimensie van het onderwerp.

En dat proces werd interessant. Ik kwam niet met hèt antwoord. Met stelligheid durf ik te beweren dat dat er in het huidige online landschap niet is. Een site is nooit af en sociale media is sowieso een levend proces en niet eens bij benadering een ding te noemen met wat voor vorm van defintiefheid dan ook. Ik kwam niet met een groot ding, maar met tientallen kleine inkoppertjes waarmee een proces begonnen kon worden. Maar het mooie van haar benadering van het geheel, als een set problemen waar een oplossing voor gevonden moest worden, was dat ik gedwongen werd om het echt als zodanig te gaan formuleren.

Het gesprek verliep taai, maar we schiepen toch samen de contouren van een mogelijke  manier om de diamant te slijpen en daar ook vanuit te gaan, en niet langer in problemen te denken. Later die middag belde ze me en vertelde me dat het muntje gevallen was. Laten we het gewoon zo gaan doen.

En nu geniet ik van ons gezamenlijke inzicht. Er zitten meerdere ongeslepen diamantjes in.

 

Mistige moestuin in augustus

Wordt lokaal bestuur nog wel afdoende gecontroleerd?

Revoluties zijn spannend, maar ook destructief. Er ontstaat veel nieuws, maar er verdwijnt ook veel. Soms is dat prima. Wikipedia is beter dan de oude Winkler Prins  en de Gouden Gids of het telefoonboek mis ik ook helemaal niet. Maar er kan ook een balans verdwijnen die er eerst wel was, nog voordat er sprake is van een nieuwe orde. En, soms is die wellicht tijdelijke onbalans iets waar ik vind dat we wèl over na moeten denken.

Controle op de macht is belangrijk

Neem de balans tussen pers en politiek. Op inter- en nationaal niveau houden pers, publiek en politiek elkaar nog aardig in balans. Hoewel er steeds meer dagelijks nieuws direct door het publiek wordt gemaakt, staat er nog altijd een flink contingent journalisten full time klaar om de macht te controleren en met regelmaat worden onder de mat geveegde rapporten of stiekeme affaires na lang speurwerk boven tafel gehaald en met ons gedeeld. En dat is belangrijk. Het houdt de macht, die altijd neigt tot corrumpering, in toom. Zo is ons democratisch systeem ingericht: iedere macht heeft een tegenmacht en dat houdt alle machten samen in balans.

Wil ik nog wel controle op lokaal niveau?

Maar, op lokaal niveau zijn deze journalisten de laatste jaren stilletjes aan gewoon verdwenen. Lokale kranten werden steeds flauwer en slapper, en ook regionale en lokale omroepen halen bij lange na niet het niveau dat je op enigerlei wijze ‘onderzoeksjournalistiek’ zou mogen noemen.  Het lokale bestuur echter is onveranderd, en is nog steeds op dezelfde manier georganiseerd: raads- en statenleden zijn gemotiveerde burgers, ze krijgen een magere vergoeding en doen het werk er meestal naast of bij. En dat terwijl er ondertussen steeds meer budget en dus steeds meer macht naar het lokale niveau wordt overgebracht. Zijn er nog wel professionals die het lokale bestuur controleren en, of dat nu zo is of niet, de vragen achter deze constatering zijn eigenlijk nog groter: vinden wij het nog relevant dat lokaal bestuur op deze manier democratisch is ingericht en op geen enkele manier journalistiek wordt gecontroleerd?

Wens ik nog dat iemand zich weken ingraaft in een corrupte publieke aanbesteding van Gemeente Lutjebroek? Ik wens het als er iets wordt ontdekt, maar ik maak me, als ik eerlijk ben, eigenlijk niet heel erg druk over het feit dat dit niet meer als het ware geborgd is.  Maar, nu ik er wel over aan het nadenken ben, besef ik dat ‘lokaal bestuur’ zelfs een nog groter gebied is dan dat wat door een gemeenteraad wordt gecontroleerd.  Ook woningbouwcorporaties, thuiszorg instellingen, ziekenhuizen.. allemaal hebben ze bestuurders die met ons belastinggeld worden betaald, ze zijn allemaal een soort nep-marktwerking aangegaan en bij al die organisaties zijn de laatste jaren dingen flink misgegaan, terwijl ze tegelijkertijd steeds minder door door ons via een abonnement betaalde en dus enigszins onafhankelijke lokale macht worden gecontroleerd! Als er dingen boven kwamen de laatste jaren, dan was dat telkens omdat het iets was dat gelijk nationale relevantie had. De rel met wethouder Van Rey bijvoorbeeld, in Roermond, of de financiële handel en wandel van woningbouwcorporatie Vestia. Kleiner grut blijft volgens mij steeds meer onder de radar hangen.

Let wel, vroeger was ook niet alles walhalla, zo bedoel ik het niet, maar er zat wel altijd een eigen reporter op de publieke tribune in het gemeentehuis en hij schreef een eigen artikel en plaatste niet ongezien het persbericht van de voorlichter.

Wat heeft de balans verstoord?

De online revolutie heeft niet alleen alle informatiestromen enorm versneld, waardoor kranten irrelevant geworden zijn, maar ook alles ‘gratis’ gemaakt, zodat we nergens meer voor willen betalen. Zeker niet voor nieuws. Dezelfde revolutie heeft mijn gedrag tegelijk èn globaler èn lokaler gemaakt. Ik kan nu zien welk restaurant binnen 50 meter de meeste sterren heeft, of de goedkoopste pizza, maar op hetzelfde moment intens meeleven met een drama in Afrika. Ook de overheid kan dit nu. Zeker lokale overheden gaan steeds meer, als het ware over hun eigen controle-mechanismes heen, direct de band aan met bewoners, stemmers en belanghebbenden. Burgerparticipatie is echt een hit te noemen, er komen prachtige nieuwe initiatieven uit voort, maar participatie vult de controle lacune niet op.

Wat doemt er al op?

De belangrijkste nieuwe spelers, die een nieuwe balans zouden kunnen initiëren  zijn de lokale online platforms die direct voor en door de bewoners van een stad zijn opgezet, hyperlocals worden ze genoemd. Heel vroeg was de Digitale Stad, maar daar zat nauwelijks een journalistieke component in. De eerste echte serieuze variant die ik ken is Arnhem Direct. De Telegraaf heeft dat vervolgens opgepikt met het ‘dichtbij’ concept en dat over meerdere steden uitgerold, maar dat zie ik vaak nog niet echt leven. Arnhem Direct is in ieder geval heel levend èn weer onafhankelijk en al een paar jaar vaak een snellere bron voor lokaal nieuws dan de regionale pers. Toch is op een dergelijk platform alles fundamenteel anders ingericht dan in de oude balans. Want deze portals worden gevuld door onszelf, de bewoner, de burger, maar ook de eigen dierentuin. Kortom, door wie er maar blogger wil zijn, en juist niet door professionals die beroepsmatig betaald worden om zo onafhankelijk mogelijk de macht te controleren.

Denk mee

Ik ben hier al een tijdje over aan het nadenken en kom er alleen niet helemaal uit. Dit is een heel groot onderwerp, waar ik ook graag meededenkers bij uitnodig. De vragen zijn:

  • Wordt het lokale bestuur en dus de lokale macht die op dit moment steeds groter wordt, nog wel afdoende gecontroleerd?
  • Wie wil nog echt dat lokaal bestuur democratisch is ingericht? Zijn we daar nog wel in geïnteresseerd?
  • En, wat zou de nieuwe balans kunnen of moeten worden? Want, macht moet in mijn ogen altijd gecontroleerd worden door een tegenmacht. Anders vliegt macht altijd uit de bocht. Het is dus belangrijk dat er een nieuwe machtsbalans ontstaat.
  • En een laatste vraag: op lokaal niveau is de balans nu zoek. Op nationaal niveau is misschien wel precies hetzelfde al gaande, maar nog niet zo ver uit balans. Kranten krijgen steeds minder abonnees, ook televisie krijgt steeds minder kijkers. Wie wil de controleur nog betalen straks? En, dezelfde vraag, willen wij zo’n controleur nog wel, of beseffen we niet voldoende wat er stuk gaat zo.

Interessant artikel over waarom Marco Derksen in zee ging met de Telegraaf en, een even interessant artikel waarom hij er ook weer mee is gestopt. Beide artikelen laten zien hoe dit type platform zich nog volop midden in de revolutiefase bevindt en hoe lastig het is om een gezond -en onafhankelijk- verdienmodel te ontwikkelen voor lokale platforms.

vuur

Vertrouwen komt te paard en verdwijnt per tweet (en Telegraafkop)

Vertrouwen tussen mensen, maar vooral tussen mensen en organisaties komt sneller dan vroeger, maar toch nog langzaam tot stand. Je moet er met lange adem en veel geduld aan bouwen. Het komt  in ieder geval zelden vanzelf, maar het kan daarentegen wel heel makkelijk in een één klap weer verdwijnen. Eén fout of incident en de snelheid van met name Twitter zorgt er binnen minuten voor dat duizenden mensen hun complete vertrouwen in jouw organisatie verliezen.

Wantrouwen ten aanzien van ‘onpersoonlijke’ organisaties is van alle tijden

Vertrouwen van een mens ten opzichte van een organisatie is in de kern een precaire aangelegenheid. Dat is ook altijd zo geweest. Mensen vertrouwen eerder mensen dan (onpersoonlijke) instanties. Maar, er is op dat front de laatste jaren wel wat gebeurd. Min of meer gelijkgestemde mensen vinden elkaar digitaal makkelijker dan ooit en dezelfde technologische revolutie heeft er tegelijkertijd voor gezorgd dat organisaties alsmaar groter, geautomatiseerder en onmenselijker zijn geworden. De digitale revolutie heeft het spanningsveld steeds meer op scherp gezet. Denk maar aan die afschuwelijke klantenservices, of de compleet geautomatiseerde brieven van nutsbedrijven of de belastingdienst. Zodra je als mens ergens per ongeluk fout in de ‘big data systemen’ terechtgekomen bent, kun je met het grootste gemak minimaal maandenlang in compleet Kafkaiaanse situaties terechtkomen. Logisch dat wij mensen steeds meer een wantrouwende grondhouding aannemen ten aanzien van organisaties.

Wat kun je hier als goedwillende organisatie aan veranderen?

Hoe kun je als organisatie betrouwbaar worden? Ik schrijf expres niet ‘overkomen’.  Vertrouwen is niet te bereiken met beeldvorming alleen. Want, wat we tegenwoordig vooral zien gebeuren is dat merken en organisaties die we vertrouwden, door de toegenomen transparantie en het feit dat we steeds hogere (MVO) eisen aan organisaties gaan stellen, de een na de ander sneuvelen in schandalen en schandaaltjes. Gerenommeerde, door iedereen als duurzaam gepercipieerde merken als Rituals en de Body Shop blijken microplastic in hun verzorgingsproducten te verwerken. Maar ook een gloednieuw kabinet, dat alleen al vanwege haar nog onbesmette reputatie een natuurlijke dosis basisvertrouwen meekrijgt, kan door één fout, en een giftige cocktail van media en Twitter, zonder dat er nog één demonstratie op Malieveld of Dam aan te pas komt, binnen een paar dagen al het vertrouwen verliezen. De loop der gebeurtenissen afgelopen week was wat dat betreft heel leerzaam. Want wat ook compleet nieuw was, dat het kabinet in staat blijkt om haar plannen te veranderen. Ook dat is nieuw.

Betrouwbaarheid is een kernwaarde

Betrouwbaarheid moet vanuit de kern van de werkwijze van een organisatie komen. Alle schakels moeten betrouwbaar, aanspreekbaar, transparant en relatiegericht zijn. Noem het marketing of web 3.0, mij maakt het niet uit, maar je bent pas betrouwbaar als je een van je fouten lerende en daar openlijk over communicerende organisatie bent, die menswaardig omgaat met zowel klant,  als medewerker als leverancier en die zich in al haar energie- en productieverbruik cradle to cradle leert denken en gedragen. Punt. En, een fikse opgave dus, als dat helemaal niet of niet helemaal in de kern van je organisatie en haar gedrag zit opgesloten op dit moment.

En dat laatste is natuurlijk wel het geval bij het gros van de middelgrote en grote organisaties die opgebouwd zijn in het marketing 1.0 tijdperk. Hun inrichting en  grondslagen zijn niet geformuleerd aan de hand van de betrouwbaarheidsindicatoren van vandaag. Je verkoopt je klant wat je zo voordelig mogelijk van de plank kan trekken. Je ziet een klantenservice telefoontje als een kostenpost. Mensen worden aangestuurd op productie, en niet op de kwaliteit van hun relatie met zowel de klant, de eigen organisatie als het product.

Hoe help je een dergelijke organisatie door deze transitie, die niet alleen een nieuw communicatie-model omvat, maar voor alles een nieuwe manier van organiseren, waarderen en zakendoen? Ik ben het nog aan het uitvinden, maar dat het uit ‘doen’ bestaat en uit vele kleine stapjes en uit ‘in het diepe springen’, dat weet ik al wel. En dan zie ik, dat ook de ‘oude’ organisaties, langzaam in staat blijken om op een nieuwe manier betrouwbaar te gaan worden. Heel hoopgevend dus.

N.B. Het lijkt wel een serietje te worden. Mijn voorgaande blog Transparantie, online, MVO, het hart en de strijd om de macht bekijkt de moeizame verhouding tussen het steeds machtiger wordende individu en de eveneens steeds machtiger wordende organisaties vanuit een ander oogpunt, maar ook als strijd . Dit blog gaat over de beweging die ik hier in mijn werk nu in zie ontstaan.

boom ontluikt in voorjaar

Transparantie, online, MVO, het hart en de strijd om de macht

We leven in een meer dan fascinerende tijd. Door de toenemende kracht van steeds gebruiksvriendelijker online apparaten en toepassingen, wordt transparantie bij organisaties steeds meer afgedwongen. En hierdoor wordt net zo vanzelf uiteindelijk iedere organisatie gedwongen om werkelijk maatschappelijk verantwoord te opereren. De drie ontwikkelingen zijn in de praktijk één macht die de vanzelfsprekende macht van de bestaande orde langzaam maar maar zeker afbreekt.

Iedereen wordt machtiger, en kwetsbaarder tegelijkertijd

Elk nieuw online apparaat maakt telkens juist het gewone individu machtiger ten opzichte van de bestaande machten: grote bedrijven, overheden, instanties etc. Als ik een vrachtwagen iets raars zie lozen, dan maak ik daar gewoon even een fotootje van en die is een paar minuten later ook net zo makkelijk online gezet. Als ik kleding koop bij een merk dat er de mond vol van heeft dat het zo begaan is met mens en milieu en daar blijkt vervolgens sprake te zijn van kinderarbeid, dan is dat merk binnen een paar uur stuk en zo goed als niet meer te repareren. Als overheden hun eigen volk onderdrukken, dan hebben ze tegenwoordig een echt kiezersprobleem. Iedereen doet meer en meer mee in steeds makkelijker in no time te beschadigen reputatiediscussies, die helaas in het ouderwetse tempo hersteld moeten worden als ze een keer goed geraakt zijn.

Gek genoeg wordt de gevestigde macht ook steeds sterker, door diezelfde online power. Onze eigen data wordt door bedrijven via alles wat gratis is onbeschaamd aan elkaar geknoopt, onze privacy is geen klap meer waard en het monster van de financiele macht lijkt door geen enkele macht meer in de hand te houden. Maar ik durf de stelling wel aan: de macht van het individu groeit harder dan dat van de grote corporaties, instellingen en overheden.

Gewone merken en gewone bedrijven kunnen er al niet meer onderuit. Die moeten nu allemaal echt transparant en maatschappelijk verantwoord opereren want anders zijn ze binnen een paar jaar niet meer in business. Alles wat te maken heeft met zorg komt hier snel achteraan. De patiënt is mondig, de client zoekt lotgenoten, en creëert zo, zelfs waar hij of zij nog niet voor de aanbieder mag kiezen steeds meer macht. Overheden worden ook kwetsbaar, want de burger blijft zich ook buiten verkiezingstijd steeds meer op issues met zaken bemoeien en de enige macht die steeds machtiger lijkt te worden is het financiële monster. Dit opereert inmiddels wereldwijd, los van welke controle dan ook, maar ook daar zie ik scheuren. Straks zijn we met onze mobile apps en sociale netwerken zo machtig, hebben we banken dan überhaupt nog nodig?

En zo durf ik ook de stelling aan dat iedere organisatie door deze mix van online en transparantie in het hart van haar business/reden van bestaan zal worden geraakt. Ieder bedrijf of merk dat ergens over liegt, of, nog simpeler, wel preekt, maar niet doet, is in het bij online behorende tempo uiteindelijk ten dode opgeschreven.

Ja maar.. is dit niet wat heel erg idealistisch?

Ja, dit is een heel idealistische manier van kijken, die ook helemaal past bij iemand die al vanaf de jaren 90 gefascineerd is door hoe snel en hoe ingrijpend online het dagelijks leven verandert, maar toch ook nooit zoals het door de idealisten werd voorspeld. Het mooiste voorbeeld is die pratende koelkast. Die is er nog steeds niet. Maar we zetten nu mooi wel ons eigen huis gewoon op internet, als we het willen verkopen en platenwinkels bestaan bijna niet meer. Natuurlijk hebben grote merken en machtige multinationals enorme macht om mening te vervormen, maar dat neemt niet weg dat er aan wordt geknaagd en dat die organisaties die niet ‘meebewegen’ ten dode opgeschreven zullen zijn, dus dat er in ieder geval sprake is van een enorme shake up van oude macht.

Meer dan ooit zal alleen wat echt (gemeend) is, overleven

Meer dan ooit moet je echt menen wat je doet, vanuit het hart, de kern, en moet die kern zich bewust zijn van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid, op alle vlakken: milieu, mens en hoe je winst tot stand komt of hoe je belastinggeld uitgeeft en hier ten allen tijde transparant en klantgebaseerd over willen communiceren. En ja, dat dat soms vol slagen en stoten gaat neemt niet weg dat ik de ontwikkelingen  zelf prachtig vind.