Leven van het land is een illusie

varkensboer op land Mark Shepard

Mijn belangrijkste moment van inzicht tijdens de van Akker naar Bos week in november 2015 kwam op de eerste dag, nadat we net vanwege te vreselijk weer opnieuw de zaal in gekropen waren voor een extra uurtje vrij vragen stellen aan Mark Shepard. De eerste vraag was nogal een kernvraag bij veel deelnemers: Mark, kun je me vertellen hoe ik kan leven van mijn land? En het antwoord was: wat kun je je veroorloven?

Niemand in de zaal kon rondkomen van zijn land

Binnen 5 minuten had Mark Shepard me overtuigd. Hij vroeg aan de zaal wie er boer was, een derde van de groep. Daarna vroeg hij wie er kon leven van zijn land. Niemand. Wat je ook boert, hoe je ook boert, eten is in onze cultuur niets waard. Of je nu biologisch, ecologisch of conventioneel boert, het maakt eigenlijk niet uit. Zeker in Nederland is de grondprijs zo hoog dat het boeren in sommige sectoren nu al meer geld kost dan dat het oplevert. Wel is de situatie voor de boeren die conventioneel/industrieel boeren vele malen lastiger dan voor ecologische boeren, want die eersten hebben het meest te maken met een prijsvechtersmarkt en moeten ook nog eens ieder jaar opnieuw heel veel input financieren: zaaigoed, voer, kunstmest etc.

Als je agro-ecologisch boert doe je een aantal dingen structureel anders: je werkt naar een systeem toe waarin steeds minder input nodig is, terwijl je ondertussen èn oogst èn de kwaliteit van de grond verbetert in plaats van uitput èn de biodiversiteit vergroot in plaats van verkleint waardoor je al oogstend je land ook nog in alle opzichten meer waard laat worden. Je oogsten zijn in de eerste jaren iets lager, maar daarna begint de overvloed, omdat dan het aandeel eenjarigen (oftewel werk en input) steeds kleiner wordt. Maar, ook dan zul je puur van het boeren nauwelijks kunnen leven. Dat is een illusie. En het was erg goed dat we deze duivel gelijk op dag 1 bij de horens pakten, want zo kregen we het tenminste ook gelijk over waarde toevoegen.

Waarde zit in de grond en in de verbinding met de klant

Natuurlijk leven we in een verrot systeem als voedsel geen economische waarde heeft, maar dat kunnen jij en ik niet zomaar veranderen. Wat met name ecologisch boerende boeren wel zelf in de hand hebben is dat je bewust die meerwaarde van je land in de mix mee kan laten wegen. Als je ecologisch verantwoord boert en wandelpaden over je land toelaat, zijn daar subsidies voor. Als je beleving weet te bieden aan stadsbewoners, dan voeg je waarde aan het land toe. Dat soort waardetoevoeging kan een conventioneel boerende boer wel vergeten. Kale akkers en strakke weilanden leveren weinig beleving.

Allemaal stadslandbouwers

Mark Shepard hield ons een mooie spiegel voor. In zijn ogen zijn we hier allemaal stadslandbouwers. Hij heeft een prachtig grote boerderij, maar hij woont wel 400 kilometer van de dichtstbijzijnde stad. Hij moet wel met bulkoogsten werken. Wij kunnen zo veel makkelijker verbindingen aangaan met de stad, de consument, zelf op markten gaan staan of relaties aangaan met restaurants en dus ook veel makkelijker op die manier meer van de voedsel- of landbelevingseuro meepikken. Aan de andere kant zijn hier de percelen veel kleiner en is de grond veel duurder.

Mark Shepard vertelde dus dat hij nauwelijks verdiende met het boeren zelf, maar wel met het toevoegen van waarde èn als grondbezitter. Want, als je landbouw bedrijft op een manier die de grond juist voedt in plaats van uitput wordt die grond telkens meer waard in plaats van minder. Ook dat is een langetermijn verdienmodel dat zeker interessant is om nader uit te werken en waar wij met van Akker naar Bos ook even zeker op voort gaan borduren. Want op dit moment willen landeigenaren in een pachtsituatie een deel van die boerenopbrengst. En dat is nou precies waar de boeren zelf dus al niets of te weinig aan verdienen. Waarom kunnen we niet naar een model waarin de landeigenaar ‘genoegen neemt’ met de waardevermeerdering van zijn grond of juist meer meedoet in extra waardecreatie.

Mark vertelde enthousiast over het vormen van een coöperatie van boeren. Je zag hem wel met zijn ogen knipperen toen mensen vertelden dat ze daar op lokaal niveau mee aan het worstelen waren: don’t invest in people who don’t want to change, you live all so close together, start with the people that do want.

De veehouder wordt weer herder

De andere eye opener met betrekking tot landbezit en pachten is dat dieren in dit systeem een grote rol kunnen spelen, maar, dat de dieren zelden lang op één plek zullen zijn. De dierenboer wordt meer een herder dan een stallen- en weideboer en zo kan land dat op agro-ecologische manier is ingericht meerdere soorten boeren ‘dragen‘: de appelbomenboer, de hazelnotenboer, en de koeien- en varkensboer. Eén stuk land kent dus meerdere boeren, in plaats van één, zoals we nu gewend zijn. Toch wordt dat nog best wel een dingetje. Hoe gaan we dat als toch nog best wel versnipperd opererende stadboeren samen oppakken? Koeien en varkens telkens even met de bus van voedselbos naar voedselbos laten reizen bijvoorbeeld?

Veel enthousiasme om samen te werken

Het is verfrissend om een blik van buiten te krijgen, maar daarna weet je dat we het hier in Nederland en België  toch op een heel andere manier gaan ontwikkelen dan puur als kopie van zijn aanpak. Het werd al snel duidelijk, ook in de loop van de week, dat veel boeren graag willen samenwerken in een coöperatie en ook graag willen dat Akker naar Bos verder gaat om hen daarbij te helpen. En ja, dat wil ik eigenlijk ook wel. Laten we dat dan maar gewoon eens gaan doen.

Lees meer op www.akkernaarbos.nl

 

Foto: Mark Shepard