Ik denk dat het inmiddels een jaar of vijf, zes geleden is dat ik voor het eerst de metafoor van het ‘laaghangend fruit’ hoorde. En ik vond hem toen wel leuk. Want inderdaad, als grote zaken complex en stroef te realiseren zijn, kun je kijken of je met kleine en makkelijker te behalen successen ook al een eind komt. Dat is wat het in dat project en toen betekende. Inmiddels is het een veel gebruikte en misbruikte sales-term geworden. Zo gaat het met al dit soort vergelijkingen: ze raken sleets en in sociaal verval. Nu betekent het: op zoek gaan naar de makkelijk binnen te halen prooi.

Nou stond ik laatst fruit te pukken, frambozen om precies te zijn. En al frambozenplukkend, wat toch wel een karwei is van een uurtje ofzo, moest ik ineens aan de metafoor van het laaghangend fruit denken.

het snoeien van frambozenstengels

Feitelijke constateringen over laaghangend fruit

Laat ik eerst voor de niet-kenners uitleggen hoe een frambozenstruik in elkaar zit. Eigenlijk is de framboos geen struik, maar een hele berg lange stengels, die eenjarig zijn. Als ze zijn leeggeoogst snoei je ze weg en dan staan die van volgend jaar alweer klaar. Dus, die stengels van volgend jaar, staan dus nu, nu ik aan het oogsten ben, al in de weg van dat laaghangend fruit. Het tweede feit dat ik al plukkend constateerde, is dat het laaghangend fruit niet alleen moeilijk te bereiken was, maar ook dat juist daar de concurrentie groot is. Alles wat een eindje kan klimmen is in ieder geval tot op het laaghangend fruit geklommen en heeft daar of geknabbeld, of eitjes gelegd. Goed dacht ik, die hou ik vast. De werkelijkheid van het fruit geeft mij terug dat je bij laaghangend fruit dus meer concurrentie hebt.

Denken mensen dan wel eens over al dat andere fruit?

Dat plukken duurt wel even, dus je kunt lekker lang nadenken. Mijn volgende gedachte betrof het hoge fruit. Ja, ik kon er natuurlijk lastig bij, dus dan ga je er vanzelf over nadenken, maar, wat de werkelijkheid me ook teruggaf was dat ook hier veel concurrentie was. Merels om precies te zijn. Dus, het hooghangend fruit, dat in de metafoor het ‘moeilijk bereikbaarder’, maar ook het ‘betere’ fruit is, had ook concurrentie. Wat dan overblijft is het middenhangend fruit. Daar kunnen de vogels slecht landen en de klimbeestjes komen niet zo ver en bovendien zitten de stengels van het volgend jaar daar nog niet in de weg. Dat was prachtig fruit, makkelijk te bereiken en in werkelijkheid dus het laaghangende fruit.

Roven of oogsten?

Maar, er stoorde me ineens nog iets aan die metafoor. Ik wist het niet gelijk, maar het had iets te maken met overvloed en roven versus oogsten. Ik kon prima leven met de beestjes in het laaghangende fruit, maar was bijna in staat om de merels te kielhalen. Ik vond dat ik recht had op het hooghangende fruit, en dat zij dat van mij roofden. Omdat ik voor de struik heb gezorgd en zij niet. Maar, hoe kun je zoiets uitleggen aan dieren die het concept van bezit niet eens kennen? Voor hen is het ook oogst. Het is er. Dus eten ze het.

Ook onze business metafoor is begonnen als een oogstgedachte, maar voelt nu als een roofwoord. En roven is stelen. En stelen doe je van iemand anders. En, bij fruit, steel je dan dus van iemand die er zelf voor heeft gezorgd. Wil je dat eigenlijk wel, nu je weet hoe die persoon zich dan voetl? Of moeten we als de merel zijn? Het is er, dus eten we. Maar, het wordt nog ingewikkelder als je bedenkt dat de boom of frambozenstruik zelf het allemaal prima vindt. Wie er ook oogst of rooft, de boom of struik zelf is natuurlijk de enige echte eigenaar. En die heeft al dat fruit juist zo lekker gemaakt omdat hij wil dat we het oogsten of nemen of roven! Die boom of struik, die geeft. Aan wie er maar wil oogsten. En zo weet je weer dat je altijd moet uitkijken met metaforen.